Schelden tegen Marrons: ‘Yu dong dyuka’ (deel 3 serie ‘Suriname 2011′)

by admin on October 6, 2011

Schelden tegen Marrons: ‘Yu dong dyuka’

Dinsdag 27 september 2011 | Dominique Snip | Reacties: 2

Voor de gemiddelde buitenstaander lijkt Suriname het toonbeeld van multicultureel samenleven. Discriminatie? Nee, dat komt haast niet voor in ‘Switi Sranan’. Koek en ei is het beslist niet. De eenheid tussen Marrons en Creolen is ver te zoeken.

beeld/2011/09/Kewanis_172.jpg -

Wie door het centrum van Paramaribo rijdt ziet een moskee naast een synagoge staan. De verschillende etnische groepen die Suriname rijk is, schijnen ongestoord naast elkaar te kunnen leven. Voor de gemiddelde buitenstaander lijkt Suriname een multicultureel paradijs. Er is één taal, één vlag en één volkslied, dat Surinamers met elkaar verbindt. Zij die dit bejubelen weten vaak niet dat de Marrongemeenschappen zich al jaren gediscrimineerd en achtergesteld voelen. Marrons zijn afstammelingen van de tot slaaf gemaakte Afrikanen die tijdens de trans-Atlantische slavernij en slavenhandel naar de bossen vluchtten en een succesvolle strijd voerden tegen de koloniale macht om in vrijheid te leven. In korte tijd wisten zij bloeiende gemeenschappen te stichten: Saamaka, Ndyuka of Okanisi, Pamaka, Matawai, Aluku of Boni en Kwiinti. Het cultureel erfgoed van hun Afrikaanse voorouders wisten zij als geen ander zo goed te bewaren.

Niet iedereen in Suriname zal ruimhartig toegeven dat Marrons ‘de underdog’ zijn van de samenleving. Zij die hun traditionele leefgebieden verlieten om in de ‘stad’ te komen werken, hetzij tijdelijk of permanent, hadden het niet makkelijk. Scheldkanonnades als ‘yu dong dyuka’ (jij domme idioot) afkomstig van ‘stadsmensen’ is wat menig binnenlandbewoner smartelijk moest ondergaan. Dit zijn taferelen die zich niet ondergronds afspeelden, maar gewoon in het openbaar plaatsvonden. Bizar genoeg waren deze tirades dikwijls afkomstig van Creolen, de nazaten van de Afrikaanse slaven, vinden Marrons zelf. Een gruwelijke werkelijkheid die vandaag de dag het liefst wordt verzwegen of zelfs ontkend. Om te begrijpen waar die onenigheid vandaan komt moet men de geschiedenis van de slavernij induiken.

Scheiding

De scheiding tussen Marrons en Creolen kwam op het moment dat een slaaf of een groep slaven besloten had om zich te ontrekken aan de slavernij. Dat zegt André R.M. Pakosie, Marronhistoricus en kabiten (Marronwoord voor gezagvoerder ) van de Ndyuka gemeenschap in Nederland. De opsplitsing kwam doordat de één de slavernij de rug toekeerde en Marron werd en de ander achterbleef en slaaf bleef. Maar volgens Pakosie heeft dat geen discrepantie gecreëerd tussen de twee groepen. Ook niet als Marrons werden verklikt door achterblijvers wanneer zij de plantages stiekem bezochten. “De mogelijke fouten die zowel Marrons als Creolen in de slavernijperiode hebben gemaakt, werden elkaar toen niet aangerekend.”

De verwijdering kwam pas echt na de algehele afschaffing van de slavernij. “De witten trokken zich langzamerhand terug. Creolen namen hun plaats in. En zij hebben jammer genoeg niet omgekeken naar hun zwarte broeders en zusters in het binnenland. Nee, hetzelfde superioriteitsgevoel van de witte man en vrouw ten opzichte van de zwarte mens werd overgenomen.” Creolen begonnen volgens de historicus op Marrons neer te zien. “Daaruit komt onder andere het scheldwoord ‘dyuka’ voort. Ze beschouwden elk één uit het binnenland als hun mindere, de domme. Zoals hier de Nederlanders de Belgen als domme beschouwen, terwijl bij het nationale dictee of bij een quiz, de Belgen bijna altijd van hen winnen”, aldus Pakosie.

Gastvrijheid

Het binnenland van Suriname was ook na de afschaffing van de slavernij tot op zekere hoogte een ontoegankelijk kustgebied. Juist dan waren Marrons hard nodig omdat zij het gebied op hun duimpje kenden. André Pakosie: “Creolen kwamen als goudzoekers of in opdracht van overheidsdiensten. Zij die voor een tijdelijke dienst naar het binnenland kwamen, werden hartelijk ontvangen door dorpelingen. Vreemdelingen, Creool of bakra (blanke) werden goed behandeld met gratis huisvesting, slaapgelegenheid en soms ook eten.” Diezelfde gastvrijheid viel binnenlandbewoners niet ten deel als zij de stad bezochten, zegt Pakosie. “Diezelfde Creool die hartelijk werd ontvangen deed alsof hij hen niet kende.”

Men moet niet onderschatten wat de slavenmeester heeft aangericht, stelt hij. “De slavernij waarin het grootste deel van de Afro-Surinamers, de Creolen, tot 1863 hebben gezeten, heeft hen niet alleen fysiek maar ook mentaal kapot gemaakt. Alles wat men lief had werd vernietigd. Er was bijvoorbeeld geen vorm van huwelijk tussen twee zwarten. Ze hadden wel de mogelijkheid om seks te hebben om kinderen te baren voor de slavenmaatschappij. De meester kon een vrouw in slavernij gewoon misbruiken in bijzijn van haar partner. Zij waren immers eigendom van de meester. Wat gebeurde, is dat in het algemeen Creolen zichzelf mede hierdoor begonnen te verachten en een minderwaardigheidscomplex bij zichzelf gingen ontwikkelen, dat zij tenslotte compenseerden met een superioriteitsgevoel ten opzichte van hun broeders en zusters uit het binnenland.”

Verbod

Als onderdeel van de mentale vernietiging, werd de cultuur en daarmee ook de religie die de Afrikaanse voorouders meenamen en op z’n Surinaams verder hebben ontwikkeld, al in 1698 bij plakkaat verboden. Het verbod werd later omgezet in een wet. “Het laatste wetsartikel waarin dit verbod werd vastgelegd was 540. Dit wetsartikel is pas in 1970 afgeschaft. Dit heeft ertoe geleid dat de Creolen tot zeker de jaren zestig van de vorige eeuw niet vrij waren om openlijk uiting te geven aan hun cultuur en religie. Ze mochten zichzelf niet zijn. Zij werden daarom vrome christenen, en beleden in de woonkamer het christelijke geloof, maar in de slaapkamer toch hun traditionele geloof. Terwijl de Marrons, omdat zij zich vroegtijdig vrijvochten, de cultuur en daarmee ook de religie in vrijheid verder ontwikkelden en in vrijheid tot op de dag van vandaag belijden.” Dit alles had gevolgen voor de relatie tussen Marrons en Creolen. “Alles wat de witte man de Creolen had geleerd – dat Marrons barbaren, brandstichters, plunderaars en heidenen waren -, werd door hen overgenomen en toegepast”, aldus Pakosie.

Herdefiniëring ‘dyuka’

Anno 2011 is discriminatie tegen Marrons gelukkig niet meer zo heftig, maar de associatie van deze groep met crimineel en onfatsoenlijk gedrag is echter gebleven. De scheve verhoudingen zijn dus nooit verdwenen. Dit benadrukt drs. Julian With in zijn boek ‘Het komt nooit meer goed’. Tijdens de introductie ervan op zaterdag 27 augustus 2011 in het centrum van Paramaribo presenteerde hij dé oplossing voor de sociale problemen tussen Marrons en Creolen: Een herdefiniëring van het scheldwoord ‘dyuka’. Voortaan is iedereen die er blijk van geeft om ondanks zijn of haar scholingsniveau het verstand niet te kunnen gebruiken een ‘dyuka’. Volgens With zou dit leiden tot een substantiële vermindering van het aantal ‘domme stadscreolen’ en een substantiële stijging van het denkvermogen van het zwarte ras.

With, een Marron, is bepaald niet geliefd onder de Creolen, omdat hij ze regelmatig – vooral in zijn boeken en lezingen – als dom en hersenloos bestempeld. Zijns inziens maken Creolen zich ‘onsterfelijk belachelijk’ door op 1 juli feestelijk de afschaffing van de slavernij te herdenken om daarna hele volkstammen voor ‘dyuka’ uit te schelden. Hij kaatst op zijn manier de bal terug door de vraag te stellen ‘wie nu de echte ‘dyuka’ zijn’. Zijn tactiek is niet bepaald ‘kosher’ te noemen en roept daarom grote weerstand op. Want zou With juist niet de spanningen tussen Marrons en Creolen aanwakkeren? André Pakosie geeft aan dat de wijze waarop With zaken aankaart soms scherp is. “Maar”, zegt hij, “dat is in vele gevallen noodzakelijk. Zaken moeten soms scherp worden gesteld om de ander die nog slaapt, wakker te schudden”. Tot slot zegt kabiten Pakosie: “Wie vindt dat Marrons en Creolen een eenheid vormen, wil de werkelijkheid niet onder ogen zien. Men houdt zichzelf en anderen voor de gek. Als wij niet bereid zijn om dat in te zien, kunnen wij nooit iets aan dit probleem doen en gaat dit over naar de volgende generaties.”

http://www.wereldjournalisten.nl/artikel/2011/09/27/schelden_tegen_marrons_yu_dong_dyuka/

Leave a Comment

Previous post:

Next post: